Verstoring van de koloniale orde door een uitzonderlijk huwelijk?

read in English

door Betty de Hart, hoofdonderzoeker Euromix, 28 maart 2019

Eind negentiende eeuw, op 22 januari 1889 in Leiden, trouwde Oei Jan Lee met Christina van Wijk. Oei Jan Lee, of zoals hij genoemd wenste te worden, Johan Lee, was van Chinese afkomst, geboren in Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië). Zijn vrouw Christina was een witte, Nederlandse vrouw. Johan Lee had rechten gestudeerd aan de universiteit van Leiden, en in 1889 promoveerde hij op het onderwerp ‘Verantwoordelijkheid van de verkoper voor verborgen gebreken aan het goed’.[1] Het echtpaar had elkaar ontmoet via de vader van Christina, een onderwijzer bij wie Johan Lee logeerde. Na het huwelijk hadden ze een korte advertentie in de krant laten plaatsen om te bedanken voor de aandacht voor het huwelijk, zoals de gewoonte was voor echtparen uit die sociale klasse.

Hun huwelijk werd als een ‘gemengd’ huwelijk beschouwd. Dit is de populaire term om een ‘ge-interracialiseerd’ huwelijk aan te duiden: een huwelijk tussen partners van twee groepen die, door de samenleving in die specifieke tijd en plaats, worden beschouwd als behorende tot verschillende ‘rassen’. Met de term ge-interracialiseerd wordt geduid op de constructivistische/geconstrueerde, willekeurige manier waarop naar deze relaties en hun nakomelingen wordt verwezen, en wordt expliciet afstand genomen van het toekennen van een essentialistische betekenis daaraan.[2]

Geen respect voor het ‘witte ras’

Het huwelijk van Christina en Johan trok veel media-aandacht in Nederland en in de kolonie Nederlands-Indië. De koloniale pers was vooral geïnteresseerd omdat verwacht werd dat het koppel zich daar zou vestigen. Zo’n huwelijk tussen een vrouw die als  ‘Europees’ werd beschouwd en een man die, als Chinees, werd aangemerkt als een ‘vreemde oosterling’ werd niet alleen als zeldzaam of opmerkelijk beschouwd, maar ook als een bedreiging voor de koloniale raciale orde en juridische orde. Dit is wat het koloniale Bataviaansch Nieuwsblad schreef over het huwelijk, met een beschuldiging aan het adres van de vader van Christina:

Omdat een klein burger in Nederland door de uithuwelijking van zijn dochter aan een Chinees toont alle eerbied te hebben afgeschud voor zijn godsdienst, voor het blanke ras en het volk en de familie, waartoe hij behoort,(…) .[3]

Bron: Bataviaans Nieuwsblad, 9 March 1889. Commentaar op hoe Christina’s vader respect verloor voor zijn religie, het ‘witte ras’ etc.   

Dit nieuwsbericht laat zien hoe dit gemengde huwelijk van een individueel paar werd beschouwd als een zaak van algemeen belang: het vernederde en bedreigde de positie van het geloof, het witte ras, en het volk. Het gebruikelijke vertoog in die tijd was dat een dergelijk huwelijk voor de witte vrouw geen keuze was, maar iets wat haar overkwam omdat ze naïef was, werd gekozen, of in dit geval, ‘uitgehuwelijkt’.[4]

Het hier geciteerde fragment was een reactie op een eerder commentaar van een vertaler van het Chinees, P. Meeter, in de Javabode, die het huwelijk toejuichte als het bewijs dat de Chinezen ‘niet vervielen tot hetzelfde niveau als de inlanders’, zoals sommigen beweerden. Onder het kopje ‘Europeaan of Chinees?’ stelde Meeter Johan Lee in een positief daglicht: Lee was niet alleen getrouwd met een ‘Nederlandse dame’, hij had daarnaast rechten gestudeerd en naturalisatie aangevraagd.[5]

Hoewel dit misschien positief klinkt, geloofde Meeter in een raciale hiërarchie waarin de ‘inlanders’ onderaan stonden. Hij gebruikte raciale taal bij het verbinden van Lee’s proefschrift aan zijn ‘Mongoolse afkomst’. Dit sluit aan bij de negatieve koloniale vertogen over de Chinese gemeenschap waarin zij werden afgeschilderd als op winst uit zijnde onderhandelaars die de zwakkere ‘inlanders’ uitbuitten.

Nederlands-Indië had een raciale hiërarchische orde die in de wet was vastgelegd. In 1848 introduceerde artikel 109 van de Regeringsverordening voor Nederlands-Indië een wettelijk onderscheid tussen ‘European en daarmee gelijken gelijkgestelden’ (Europeanen, Christenen en alle niet-inlaners), en ‘inlanders en daarmee gelijkgestelden’ (inlanders, Arabieren, Moren, Chinezen, Mohammedanen en heidenen).

Meeter besprak de vraag of Oei als ‘Chinees’ of als ‘Europeaan’ moest worden beschouwd. Het huwen van een ‘Nederlandse Dame’ of een ‘volbloed Hollands meisje’, zoals sommige media haar noemden[6], was niet het enige dat Johan Lee had gedaan om deze koloniale orde te verstoren: Lee eiste als gelijke te worden behandeld als een Europeaan, op verschillende manieren.

De juridische consequenties van het Chinees-zijn

Lee had in 1886, drie jaar voor zijn huwelijk, al een aanvraag ingediend voor het Nederlandse burgerschap, maar de aanvraag werd afgewezen. De Directeur van Justitie van Oost-Indië was van mening dat, hoewel het juridisch mogelijk was om Lee te naturaliseren, het indruiste tegen de ‘geest van de wet’ om personen van een ‘compleet ander ras’, met een ‘compleet andere manier van leven’ te naturaliseren. Een Chinees kon nooit de facto Nederlands worden, en het was in het belang van de kolonie om verschillende groepen uit elkaar te houden. De Minister van Koloniën, J.P. Sprenger van Eyk (1884-1888)[7] was het ermee eens dat het verzoek om naturalisatie moest worden afgewezen, omdat Lee nog steeds de status van ‘vreemde oosterling’ zou behouden. Naturalisatie zou leiden tot omzeiling van de andere beschikbare procedure, een individueel verzoek tot gelijkstelling aan aan Europeanen’.[8] Hoewel de Nederlandse regering nooit raciale criteria heeft vastgelegd in het nationaliteitsrecht (zoals de Verenigde Staten)[9], pasten zij raciale criteria zodoende wel toe in de uitvoeringspraktijk. Voor Chinezen zou naturalisatie dus problematisch blijven en het bleef daarom langere tijd onderwerp van het publieke debat.f[10]

De classificatie ‘Chinees’ had verschillende juridische consequenties in de koloniale orde. Aan Chinezen werden aparte woongebieden toegewezen, die onder toezicht stonden van Chinese leiders. Alleen in uitzonderlijke gevallen konden Chinezen wonen in de gebieden die voor Europeanen waren aangewezen, of waar de Indonesische bevolking woonde. In 1872 werd het Chinezen uitdrukkelijk verboden zich anders te kleden dan wat beschouwd werd als in overeenstemming met de Chinese ‘landaard’ (‘nationaal karakter’). Bovendien beperkte een wet uit 1863 de mobiliteit van Chinezen en ‘inlanders’ door middel van een verplicht pasjessysteem. De regels voor gescheiden woongebieden, alsook het pasjessysteem, bleven op zijn plaats tot 1919. Deze regels tonen aan hoezeer de raciale verschillen in de kolonie in feite vervaagd waren; het juridisch apart houden van de Chinezen was een manier om het rassenonderscheid openlijk en duidelijker te presenteren.[11]

Lee hield zich echter niet aan deze regels. In 1889, enkele maanden na zijn huwelijk, berichtten de kranten bijvoorbeeld dat hij een zitting van een lokale rechtbank had bijgewoond, ‘geheel als Europeaan gekleed’. De media vroegen zich af hoe de koloniale autoriteiten zouden reageren op deze schending van de kledingcodes.[12] Hij bekeerde zich daarnaast tot Christendom, wat ook door de kranten werd gerapporteerd.[13]

Bron: Algemeen Handelsblad, 21 April 1889. 

Waar hoorde een gemengd stel thuis?

Verondersteld kan worden dat deze regels ook van invloed zouden zijn op het leven van Lee’s vrouw Christina, hoewel dit nauwelijks werd genoemd. Het werpt de vraag op waar zij als gemengd stel zouden mogen leven, en hoe Christina zich moest kleden. Meeter vroeg zich ook af hoe het paar zou worden behandeld in de Indische maatschappij, en hoe zij het gefluister en gegiechel van ‘bepaalde Indische dames’ over hun ongewone verbintenis zou verdragen. Hij gaf aan dat ze zich als Europese vrouw ongemakkelijk zou voelen, als haar man zou worden verplicht zich als een Chinees te kleden.

Dit impliceert dat een Europese vrouw alleen geïnteresseerd zou zijn in een man die er Europees uitzag, met andere woorden, die zich voordeed als een Europeaan, zelfs als hij dat niet was. De verwijzing naar bepaalde ‘Indische dames’ is een verwijzing naar ras en gender: naar Europese vrouwen van gemengde afkomst die verantwoordelijk gehouden werden voor vooroordelen in de koloniale samenleving.[14]

De komst van Johan en Christina moet opschudding hebben veroorzaakt in de kolonie. Eén krant verzette zich tegen hun mogelijke behandeling als Europeanen, omdat Lee, naar hun mening, nog jong was en helemaal niets had gedaan om het algemeen belang te dienen. Het bericht vervolgde:

“Indien het genoeg ware om van Chinees tot Europeaan bevorderd te worden, dat men de Nederlandsche taal machtig is en een wetenschappelijke opleiding in Nederland genoten hebbe, das zou de door Oei Jan Lee gevraagde gelijkstelling een precedent opleveren, dat door tal van andere bemiddelde Chineezen zou worden aangegrepen.”[15]

De auteur beweerde dat het niet noodzakelijk was om de gevolgen hiervan te beschrijven, omdat die duidelijk waren voor iedereen bekend met de kolonie; men geloofde dat de regering het verzoek van Lee daarom zou weigeren.

Eindelijk Europees…

In 1891, twee jaar na het huwelijk, werd Lee’s verzoek tot gelijkstelling met Europeanen goedgekeurd.[16] In 1892 diende hij opnieuw een verzoek in voor Nederlands burgerschap. Tegen die tijd was hij werkzaam als advocaat bij het Indisch Hooggerechtshof. Deze keer werd zijn verzoek ingewilligd, nadat de Directeur van Justitie en de Raad van Indië een positief advies hadden uitgebracht. Zij concludeerden dat hij ‘niet teruggevallen’ was op de Chinese manier van leven, en dat hij, met inachtneming van zijn baan, zijn huwelijk met een Europese vrouw en sociale positie, als een Europeaan kon worden beschouwd. De naturalisatie bevestigde zo zijn reeds bestaande identiteit. Lee werd genaturaliseerd bij wet van 2 januari 1893 (St. 1893 no. 9). Niettemin werd hij beschouwd als een uitzondering die de regel bevestigde dat ‘vreemde oosterlingen’ niet genaturaliseerd konden worden. De naturalisatie van Chinezen bleef, ook in de jaren na Lee’s naturalisatie, nog een problematische kwestie.[17]

Uiteindelijk blijft de vraag of Lee met zijn daden de koloniale orde daadwerkelijk verstoord heeft. Hij bleef gezien worden als uitzondering, terwijl in het raciale juridische systeem in stand bleef tot aan de dekolonisatie.

Op een gegeven moment keerden Johan en Christina terug naar Nederland. Lee overleed in 1918 in Den Haag, Christina in 1941. Hun levensgebeurtenissen trokken niet langer de aandacht van de media. Het is echter waarschijnlijk dat hun leven als een  gemengd stel in Den Haag sterk beïnvloed werd door de geracialiseerde vertogen over Chinezen die tussen de koloniën en de metropool circuleerden. Het vertellen van hun verhaal, voor zover dat mogelijk is gebaseerd op de beschikbare bronnen, helpt te doorgronden hoe zij hierdoor beïnvloed werden, en hoe ze reageerden.

[1]  Lee, Oei Jan. Over de aansprakelijkheid des verkoopers voor de verborgen gebreken der verkochte zaak… JJ Groen, 1889.

[2]  Haritaworn, Jinthana. The biopolitics of mixing: Thai multiracialities and haunted ascendancies. Routledge, 2016.

[3] Bataviaans Nieuwsblad, 9 March 1889, Nederlandsch Indie.

[4] Laura Tabili (1996). Women “of a very low type”: crossing racial boundaries in imperial Britain. Gender and Class in Modern Europe, 165-90.

[5] Javabode 8 March 1889, Europeaan of Chinees?

[6] Nieuws van de Dag 23 January 1889.

[7] https://www.parlement.com/id/vg09lljhz8y4/j_p_sprenger_van_eyk#p.overig

[8] Tjiook-Liem, Patricia, De rechtspositie der Chinezen in Nederlandsch-Indië 1848-1942. Leiden University Press, 2009, p. 276-277. https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/13509/Tjiook+voor+PoD[1]-05.02.09.pdf?sequence=2 .

[9] Haney-López, Ian. White by law. 10th anniversary edition: The legal construction of race. NYU Press, 2006.

[10] Voor een historisch overzicht van de Nederlandse wet op het staatsburgerschap, zie: Heijs, Eric. Van vreemdeling tot Nederlander. De verlening van het Nederlanderschap aan vreemdelingen 1813-1992. Amsterdam: Het Spinhuis, 1995.

[11] Shirahshi, T. (2011). AntiSinicism in Java’s New Order In D. Chirot, ‎A. Reid (eds) Essential Outsiders: Chinese and Jews in the Modern Transformation. Washington University Press, 187-207.

[12] Algemeen Handelsblad, 21 April 1889

[13] Maasbode 25 October 1889, De Mail uit Oost-Indië.

[14] Boudewijn, Petra. Warm bloed: de representatie van Indo-Europeanen in de Indisch-Nederlandse letterkunde (1860-heden). Uitgeverij Verloren, 2016.

[15] Rotterdamse courant, 24 april 1889.

[16] Staatsblad van Nederlandsch-indië, no. 221, 20 October 1891.

[17] Tjiook-Liem, Patricia, De rechtspositie der Chinezen in Nederlandsch-Indië 1848-1942. Leiden University Press, 2009, p. 276-277. https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/13509/Tjiook+voor+PoD[1]-05.02.09.pdf?sequence=2 .

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *